luchtmacht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlʏxtmɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een krijgsmacht in de lucht die bestaant uit vliegtuigen, raketten, projectielen en personeel
    Hij wil erg graag een opleiding bij de luchtmacht doen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘krijgsmachtonderdeel dat strijdt in de lucht’ voor het eerst aangetroffen in 1953

Vertalingen

Engelsair force
Fransforce aérienne
DuitsLuftwaffe
SpaansAviación
Italiaansforza aerea