luiigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het lui zijnOok ik vond mijn dochter vanaf het allereerste begin de allermooiste. Voorzichtige vragen als 'Wat geven jullie haar te eten?' snápte ik niet eens, en de foto's voor Moeder Anne Casting lagen al klaar. Pure luiigheid van mijn kant dat ik er nooit meer iets mee heb gedaan maar het had niets uitgemaakt. De Telegraaf MARIËT OOSTERWIJK 25 okt. 2016 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/1281078/ik-snap-wel-dat-een-modellenbureau-een-kind-met-down-afwijst Ik snap wel dat een modellenbureau een kind met Down afwijst]Verwarm de oven voor op 150 graden. Schil de asperges. Ik hoef hier waarschijnlijk niet uit te leggen hoe belangrijk het is om dat goed te doen en hoe zonde wanneer je, uit zuunigheid of luiigheid, stukjes van de vezelige schil laat zitten. NRC Janneke Vreugdenhil 24 juni 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/06/24/de-laatste-asperges-van-dit-seizoen-1261968-a830078 De laatste asperges van dit seizoen]
Etymologie
* afleiding van lui
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek