lul

mannelijk (de)/lʏl/

Wat is de betekenis van lul?

lul betekent: (vulgair), (anatomie) geslachtsdeel van de man

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vulgair, anatomie (vulgair), (anatomie) geslachtsdeel van de man
  2. vulgair, scheldwoord (vulgair) (scheldwoord) scheldwoord voor een man
  3. vulgair (vulgair) jongen of man die pech heeft, sukkel, sul, sulletje
  4. vulgair (vulgair) denigrerende benaming in het algemeen voor iemand van het mannelijk geslacht
  5. verouderd (verouderd) pijpkan voor kinderen
  6. techniek (techniek) aan een pomp bevestigde pijp waar water doorheen kan stromen
zelfstandig naamwoord
  1. Arch. (1811) Nederduitsch taalkundig woordenboek. P. Weiland 1807-1811: houten pijp aan een pomp waaruit het water loopt, spuitstuk van een brandweerslang
zelfstandig naamwoord
  1. Arch. (1811) Nederduitsch taalkundig woordenboek. P. Weiland 1807-1811: klein driehoekig zeil dat voor op kleine schepen gezet wordt

Voorbeelden van "lul" in een zin

  • Hij kreeg een stijve lul.
  • Wat een stomme lul ben jij.
  • Ik moet de trein halen, anders ben ik de lul.
  • Daar is die ouwe lul ook alweer.
  • De lul zit los.

Etymologie

*[B] oorsprong onbekend

Uitdrukkingen

  • [1] zijn lul achterna lopen
  • [3] de lul zijn
  • [3] lul-de-behanger
  • [3] lulletje rozenwater
  • [3] voor lul staan

Vertalingen

Engelspenis, prick, dick
Fransbite, teub, zizi
DuitsPenis, Schwanz, Rute
Italiaanscazzo
Turkssik
Poolschuj