lunchbox

mannelijk (de)/ˈlʏnʒbɔks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. trommel om het middagmaal in te verpakken
    Alieke gaat uit bed, dekt de tafel en vult de lunchboxen.
  2. doos met een lunchpakket
    Onderweg bestelden ze een lunchbox bij de stewardess in de geel-blauwe bedrijfskleding.

Etymologie

*van "lunchbox"