lus

mannelijk/vrouwelijk (de)/lʏs/

Wat is de betekenis van lus?

lus betekent: een kring aangebracht in een touw of band

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kring aangebracht in een touw of band
  2. een seriematige herhaling.

Voorbeelden van "lus" in een zin

  • Er zit een lusje aan om het op te kunnen hangen.
  • Toen was het mijn beurt en ik bond een steen aan een lang stuk touw, hield de grote lussen in mijn linkerhand, gaf een harde slinger en liet los.
  • 's Nachts wordt er op televisie een lus van journaals uitgezonden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘tot een oog gedraaid touw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1651