lymfocyt

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een type witte bloedcel dat in het rode beenmerg wordt gevormd uit een lymfoïde voorlopercel en rijpt in de lymfoïde organen
    Fampyra, een geneesmiddel voor patiënten met MS, behandeling met tumor-infiltrerende lymfocyten bij patiënten met huidkanker in een vergevorderd stadium en vaccinaties met bepaalde dentristische cellen bij patiënten met huidkanker.
    Weigelin heeft onder meer gekeken naar de manier waarop één bepaalde categorie afweercellen te werk gaat. Daarbij ontdekte ze dat deze cytologische T-lymfocyt (CTL) bij een tweede poging soms kankercellen die ongevoelig zijn geworden voor de reactie van het immuunsysteem toch kunnen doden.

Etymologie

* uit het Latijn