maïskip

vrouwelijk (de)/ˈmɑɪsˌkɪp/

Wat is de betekenis van maïskip?

maïskip betekent: (landbouw) kip waaraan veel mais en vaak ook kleurstof is gevoerd

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) kip waaraan veel mais en vaak ook kleurstof is gevoerd
  2. voeding (voeding) geel getint vlees van kippen waaraan veel mais en vaak ook kleurstof is gevoerd

Voorbeelden van "maïskip" in een zin

  • Neem een mooie dubbele filet, liefst van een maïskip.
  • Vraag uw leverancier een flinke braadkip (liefst een zg. boerekip of een „maiskip") in acht stukken te verdelen.
  • Of het nu een terrine van kippelevertjes, een kippepasteitje, een simpelweg gebraden balf kippetje is, waterzooi of het Mexicaanse kipgerecht Jambalaya, de Franse maïskip bepaalt de smaak.
  • Kies hiervoor liefst een zgn. boerekip of maïskip, kenbaar aan de wat gele tint.

Etymologie

*, vanaf 1976 (in advertenties) aangetroffen