maaitijd
mannelijk (de)/ˈmajtɛit/
Wat is de betekenis van maaitijd?
maaitijd betekent: de periode van het jaar dat (het gras) afgeknipt wordt, hooitijd
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periode van het jaar dat (het gras) afgeknipt wordt, hooitijd
Voorbeelden van "maaitijd" in een zin
- De maaitijd voor grasland begint in mei.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek