maaitijd

mannelijk (de)/ˈmajtɛit/

Wat is de betekenis van maaitijd?

maaitijd betekent: de periode van het jaar dat (het gras) afgeknipt wordt, hooitijd

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de periode van het jaar dat (het gras) afgeknipt wordt, hooitijd

Voorbeelden van "maaitijd" in een zin

  • De maaitijd voor grasland begint in mei.