maf
mannelijk (de)/mɑf/
Wat is de betekenis van maf?
maf betekent: gek, vreemd, onverwacht, ongebruikelijk, raar
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- gek, vreemd, onverwacht, ongebruikelijk, raar
bijwoord
- op een vreemde, onverwachte, ongebruikelijke, rare manier
zelfstandig naamwoord
- roggenbrood met krenten
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van maffen
- gebiedende wijs van maffen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van maffen
Voorbeelden van "maf" in een zin
- Hij had een bepaald maffe hoed op.
- Gister deed-ie zoiets mafs dat ik m'n lachen bijna niet in kon houden.
- Sinds zijn blessure loopt hij echt nog maffer.
- Ik maf.
- Maf!
Etymologie
in de betekenis ‘gek’ voor het eerst aangetroffen in 1731
Vertalingen
Duitsblöd
Engelscrazy
Fransloufoque
Spaanschiflado, disparatado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek