maffen
/ˈmɑfə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (informeel) in toestand verkeren waarbij de ademhaling dieper en trager verloopt, en de hartslag trager, en er minder energie wordt gebruiktHij is gister uit geweest en nu ligt hij nog te maffen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘slapen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1899
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek