pitten

/ˈpɪtə(n)/

Wat is de betekenis van pitten?

pitten betekent: (ov) ontdoen van pitten (bij vruchten) of ogen (bij aardappelen)

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) ontdoen van pitten (bij vruchten) of ogen (bij aardappelen)
  2. inerg, informeel (inerg) (informeel) slapen
  3. ov, landbouw (ov) (landbouw) in de grond stoppen, inkuilen
  4. inerg, dans (inerg) (dans) wild dansen op harde muziek waarbij je opzettelijk om je heen slaat en hard tegen anderen aanbotst
  5. inerg, sport (inerg) (sport) (autoracen) een racewagen tijdens de wedstrijd een werkplaats langs het circuit inrijden om brandstof te tanken of kleine aanpassingen of reparaties uit te laten voeren

Voorbeelden van "pitten" in een zin

  • Een patiënt hoeft als voorschrift de aardappels te schuieren en te pitten en dan met schil en al op te eten.
  • Ik denk dat mensen die vechten tegen slapeloosheid zich overal druk over maken, maar niet over hun wifi-bereik. Zelf ruil ik graag een paar megabit in om een uurtje extra te pitten.
  • {{ouds
  • Geen idee wat de belevenis was van de toeschouwers achteraan, maar vooraan was het de hele tijd keihard pitten en crowdsurfen, plus de twee gitaristen die in het publiek kwamen spelen.
  • In de eerste paar rondes had ik het heel moeilijk op de medium banden. Dus toen besloten we te pitten en over te stappen op harde banden.

Etymologie

*[5]: afgeleid van "pit" "werkplaats langs een circuit" , in de betekenis "pitstop maken" aangetroffen vanaf 1928 (zie vindplaats hieronder)