magerheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het te slank zijn
    Daarom zal de Heere HEERE der heirscharen onder zijn vetten een magerheid zenden; en onder zijn heerlijkheid zal Hij een brand doen branden, als den brand des vuurs.https://www.statenvertaling.net/concordantie/m/3454-1.html Jesaja 10:16

Etymologie

* afleiding van mager

Vertalingen

Engelsskinniness, meagreness, leanness