magneetkaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑxˈnetkart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een (plastic) kaart met een magneetstrook waarop digitale informatie staat
    In beide sites hangen al een honderdtal camera’s. Bovendien zullen nog meer deuren worden uitgerust met magneetkaarten, zodat kan worden geregistreerd wanneer en door wie de deuren worden geopend. Deze extra veiligheidsmaatregelen worden uitgebreid naar de niet-nucleaire zones van de centrales. De Standaard 07/12/2014 door bvb
    Eerder in februari hadden hackers ingebroken op de servers van de Bank of Muscat in Oman en daar creditcardgegevens gestolen. Ook werden de bijbehorende opnamelimieten verwijderd. De gestolen gegevens zijn daarna op blanco magneetkaarten gekopieerd en vervolgens door honderden mensen gebruikt om in een tijdsbestek van 24 uur onbeperkt te pinnen. NRC Dolf de Groot 17 september 2013

Vertalingen

Engelsmagnetic card