magnum
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmɑxnʏm/
Wat is de betekenis van magnum?
magnum betekent: (voeding) groot roomijsje op een stokje in een stevige laag chocola
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) groot roomijsje op een stokje in een stevige laag chocola
- (drinken) wijnfles met een inhoud van 1,5 liter, dat is dus tweemaal de inhoud van een standaard wijnfles
- patroon voor een vuurwapen dat vergeleken met andere patronen voor kogels van hetzelfde kaliber meer springstof bevat
- vuurwapen dat geschikt is voor patronen die vergeleken met andere patronen voor kogels van hetzelfde kaliber meer springstof bevatten
Voorbeelden van "magnum" in een zin
- Vul deze zomer je vriezer met zelfgemaakte magnums en aardbeiensorbet
- Met de dessertkaart kunnen we ook weer even vooruit. Naast de zelfgemaakte magnum en het kaasplankje heeft Thoms nu een chef’s blanche met vanille ijs, Madeleine en chocosaus en frisse zomerse toetjes als gegrilde meloen met crumble en yoghurtijs.
- Tuurlijk heb ook ik in mijn puberteit mijn brood verruild voor friet en waren de magnums die wij stiekem kochten bij de benzinepomp best lekker, maar toch…
- Zoals de rappers rolmodellen zijn voor Nederlandse kinderen en tieners, zijn het ook voorbeelden voor de jonge krabbelaars onder aan de criminele ladder. Ze vergaren immers zo veel geld dat ze volop kunnen genieten van magnums champagne, dure horloges en shoppingtrips bij dure kledingwinkels - en het is allemaal legaal.
- We moeten hierbij nog wel bedenken dat de aangegeven maat niet beslist de echte diameter van de kogel hoeft te zijn maar niet meer is dan een nominale aanduiding: de kogel van een .38 special patroon heeft dezelfde diameter als die van een .357 magnum.
Etymologie
**[3], [4] van "magnum"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek