mail

mannelijk/vrouwelijk (de)/mel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een elektronische brief
    Die mails moet je niet openen, dat is allemaal spam.
    Als een volleerde reisleider som ik op wat ik van de mail van mijn moeder heb onthouden.
    Als je wilt, stuur ik je zijn mail door. Kort daarop besloot ik onderzoek te doen naar de vrouw die Milan gevormd had tot de man die hij kennelijk was geworden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘brievenpost’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847