majeur

mannelijk/vrouwelijk (de)/maˈʒør/

Wat is de betekenis van majeur?

majeur betekent: (muziek) toonsoort met een vrolijk of opgeruimd karakter

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) toonsoort met een vrolijk of opgeruimd karakter
  2. muziek (muziek) “grote afstand” in de benaming van bepaalde intervallen, akkoorden en toonladders, vaak als eerste deel van een samenstelling met het terts-interval of als tweede deel van een samenstelling met een toonsoort

Voorbeelden van "majeur" in een zin

  • Na deze ernstige passage, eindigt het stuk in majeur.
  • Een terts is een interval dat: “groot” (majeur), “klein” (mineur), “overmatig” of “verminderd” kan zijn.
  • Een grotetertstoonladder, een majeurtoonladder, heeft als derde toon een “grote terts.”
  • Een groot akkoord, een majeurakkoord, heeft minimaal het interval “grote terts.”

Etymologie

*: via "majeur" (groter, grootste) van Latijn "maior"

Vertalingen

Engelsmajor
Fransmajeur
DuitsDur