majeur
mannelijk/vrouwelijk (de)/maˈʒør/
Wat is de betekenis van majeur?
majeur betekent: (muziek) toonsoort met een vrolijk of opgeruimd karakter
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) toonsoort met een vrolijk of opgeruimd karakter
- (muziek) “grote afstand” in de benaming van bepaalde intervallen, akkoorden en toonladders, vaak als eerste deel van een samenstelling met het terts-interval of als tweede deel van een samenstelling met een toonsoort
Voorbeelden van "majeur" in een zin
- Na deze ernstige passage, eindigt het stuk in majeur.
- Een terts is een interval dat: “groot” (majeur), “klein” (mineur), “overmatig” of “verminderd” kan zijn.
- Een grotetertstoonladder, een majeurtoonladder, heeft als derde toon een “grote terts.”
- Een groot akkoord, een majeurakkoord, heeft minimaal het interval “grote terts.”
Etymologie
*: via "majeur" (groter, grootste) van Latijn "maior"
Vertalingen
Engelsmajor
Fransmajeur
DuitsDur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek