makaperi

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bolvormig sieraad gemaakt van goud of zilver
    Al de dames zijn prachtig gekleed en omhangen met koralen, zoals: arwepi, skipioen, figakrara, kroren e.a. Aan afrankeer Lodrika is het goud van haar meesteres niet gespaard: ze draagt makaperi, papajasiri, obiaperi.

Etymologie

* uit het Surinaams - Nederlands