makelaardij

vrouwelijk (de)/ˌmakəlarˈdɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijf (bedrijf) bemiddeling bij de koop en verkoop van onroerend goed
    Hij koos de makelaardij als zijn vak.
  2. een bedrijf dat [1] als dienst aanbiedt
    In die straat zijn wel drie makelaardijen gevestigd.

Etymologie

*Afgeleid van makelaar en een onder invloed van woorden als voogdij en koopvaardij tussengevoegde d-klank [https://dbnl.org/tekst/scho074hist01_01/scho074hist01_01_0011.php?q=makelarijhl1 Historische grammatica van het Nederlands. 8e druk (1970) N.V. W.T. Thieme & Cie, Zutphen]; p. 222; geraadpleegd 2019-01-10