malheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het op een gekke manier grappig zijnDe heer Van Vlaenderen speelt als een gewoon komiek, en overigens niet zonder fijnheid. Zijn stil spel bij de vertooning der tooneelspelers in het derde bedrijf heb ik kunnen waardeeren om de leuke malheid ervan. Maar.... hij speelde voor een schouwburgpubliek, in eene schouwburgzaal en niet in openlucht. (1994)–Karel van de Woestijne [https://www.dbnl.org/tekst/woes002verz25_01/woes002verz25_01_0087.php Verzameld journalistiek werk. Deel 14. Nieuwe Rotterdamsche Courant september 1925 - november 1926]
Etymologie
* afleiding van mal
Vertalingen
Engelssilliness, idiocy, banter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek