zotternij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dwaas
    Protestanten kunnen zich er natuurlijk over verbazen en opwinden. Verbazen om de zotternij, opwinden om het on-Bijbelse bijgeloof.
    De vorming van een Vlaamse regering hoeft niet te wachten op de federale regeringsvorming, ‘zolang daar geen zotternijen gebeuren’. Dat vindt Jan Jambon (N-VA). Een federale regering die geen meerderheid in Vlaanderen heeft, is zo’n zotternij.

Etymologie

* afleiding van zot