Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
mandem
meervoud/ΛmΙndΙm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groep mannen of kameradenDe mandem zijn altijd samen op straat te vinden.
- groep mensen in het algemeenIk ga met de mandem chillen vanavond.
Etymologie
*, via e straattaal """ van "man" "dem"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek