Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

mandem

meervoud/ˈmΙ‘ndΙ›m/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep mannen of kameraden
    De mandem zijn altijd samen op straat te vinden.
  2. groep mensen in het algemeen
    Ik ga met de mandem chillen vanavond.

Etymologie

*, via e straattaal """ van "man" "dem"