mannen
/ˈmɑnə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) voorzien van voldoende personeel om te laten slagenHet is een enthousiaste groep die nog wel een paar extra stemmen kan gebruiken. Ze weten zich nog steeds goed te mannen maar om alle partijen goed in balans te houden is iedere stem daar van harte welkom.
- (ov) (scheepvaart) laden of lossen door in een rij voorwerpen van hand tot hand door te geven
zelfstandig naamwoord
- manvolk; alle mannen tezamen
Etymologie
*: "man" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek