Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

manticus

mannelijk (de)/ˈmɑntikʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die aan bijgelovigen voorspellingen doet
    Talacryn keek nog even naar goed gebruik wantrouwend op en verdiepte zich daarna geheel in de palm, gelijk een manticus in een zigeunerkamp.

Etymologie

*via Latijn "manticus" van "μαντικός" (mantikós)