Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
manticus
mannelijk (de)/ˈmɑntikʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die aan bijgelovigen voorspellingen doetTalacryn keek nog even naar goed gebruik wantrouwend op en verdiepte zich daarna geheel in de palm, gelijk een manticus in een zigeunerkamp.
Etymologie
*via Latijn "manticus" van "μαντικός" (mantikós)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek