masthoogte
vrouwelijk (de)/ˈmɑsthoxtə/
Wat is de betekenis van masthoogte?
masthoogte betekent: (scheepvaart) afstand vanaf het wateroppervlak tot de top van de langste, rechtop staande paal op een schip
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) afstand vanaf het wateroppervlak tot de top van de langste, rechtop staande paal op een schip
- (scheepvaart) afstand vanaf het dek tot de top van de langste, rechtop staande paal op een schip
- afstand vanaf de grond tot de horizontale as van een windturbine
Voorbeelden van "masthoogte" in een zin
- De 's zomers druk bevaren open-zeilbootroutes worden onderling verbonden en boten met een masthoogte tot 30 meter hoeven in principe geen bruggen meer te passeren.
- Zo verspeelde de Pentax een grootzeil en knapte bij de Samsonite van schipper Patrick Schouten de babystagspanner (dat is de spanner van het korte voorstag dat van driekwart van de masthoogte naar het voordek loopt).
- Moderne windmolens hebben een masthoogte van ongeveer 80 meter en een rotordiameter van ongeveer 90 meter.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek