mastiek

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kostbare harssoort afkomstig van de mastiekboom, o.a. gebruikt voor schilderijvernis
  2. kit
  3. een bindmiddel in asfaltmengsels, bestaande uit zand, koolteerpek en vulstof dat o.m. werd gebruikt als bedekking voor platte daken
  4. stopverf

Vertalingen

Engelsputty
Spaansmasilla