mastiek
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kostbare harssoort afkomstig van de mastiekboom, o.a. gebruikt voor schilderijvernis
- kit
- een bindmiddel in asfaltmengsels, bestaande uit zand, koolteerpek en vulstof dat o.m. werd gebruikt als bedekking voor platte daken
- stopverf
Vertalingen
Engelsputty
Spaansmasilla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek