mate
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmatə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- graad, een hoeveelheid van iets abstractsHij daagde de man in die mate uit dat de man hem sloeg.Het contractdenken In de achttiende eeuw begon men zich in toenemende mate bewust te worden van de almacht van de vorst, die, hoe noodzakelijk hij eens ook geweest was om orde en rust binnen een gebied te bewaren, tevens een bedreiging vormde voor vrijheid, lijf en goed van de onderdanen.Desalniettemin was er, ondanks al hun wantrouwen, dezelfde mate van acceptatie zonder meer, van gulle geschenken, de schelpen die ze hadden gevonden, een groene basketbalpet (die Lightyears vrouw de rest van de avond droeg), een plastic fluitje in de vorm van een ezeltje, voor de baby als die geboren was.
Etymologie
*van Middelnederlands """, oudere variant van "maat" "geschikte afmeting"
Vertalingen
Engelsdegree, grade, measure
Spaansmate
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek