maten
/ˈmaːtə(n)/
Wat is de betekenis van maten?
maten betekent: meervoud verleden tijd van meten
Betekenis
werkwoord
- meervoud verleden tijd van meten
zelfstandig naamwoord
- meervoud van het zelfstandig naamwoord maat
Voorbeelden van "maten" in een zin
- Wij maten.
- Jullie maten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek