materie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van materie?

materie betekent: (natuurkunde) de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd

Voorbeelden van "materie" in een zin

  • Nadat zo'n zwart gat is gevormd, kan het toenemen in grootte door materie uit de omgeving op te nemen.
  • Haar aanwezigheid was een duistere, vormeloze materie in de slaapkamer op de bovenverdieping, en het was alsof het huis doordrenkt raakte van schuldgevoel.

Betekenis en uitleg van materie

Materie is alles wat tastbaar is en een bepaalde massa heeft. Het verwijst naar de fysieke substantie waaruit objecten zijn opgebouwd, en omvat zowel vaste stoffen als vloeistoffen en gassen.

Het woord 'materie' wordt vaak gebruikt in wetenschappelijke contexten, zoals in de natuurkunde en scheikunde, maar ook in het dagelijks leven om te verwijzen naar fysieke voorwerpen. Het kan ook een bredere betekenis hebben wanneer we het hebben over de inhoud of het onderwerp van een discussie. Het is belangrijk om te weten dat materie kan veranderen van vorm, zoals wanneer water bevriest of verdampt.

Voorbeelden

  • De materie in het universum bestaat uit sterren, planeten en andere hemellichamen.
  • Tijdens de chemieles leerden we over de verschillende soorten materie en hun eigenschappen.
  • De kunstenaar gebruikte verschillende materialen, maar de kern van zijn werk bleef altijd de materie die hij vormgaf.

Woordoorsprong

Het woord 'materie' is afgeleid van het Latijnse 'materia', wat 'stof' of 'materiaal' betekent.

Veelgestelde vragen over materie

Wat is de betekenis van materie?

materie betekent: (natuurkunde) de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd

Welk woordgeslacht heeft materie?

materie is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van materie?

Synoniemen van materie zijn: stof.

Hoe gebruik je materie in een zin?

Voorbeeld: “Nadat zo'n zwart gat is gevormd, kan het toenemen in grootte door materie uit de omgeving op te nemen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stof’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsmatter
Fransmatière
DuitsMaterie
Spaansmateria
Japans物質
Turksmadde
Poolsmateria
Zweedsmateria