matig

ˈmatəx

Wat is de betekenis van matig?

matig betekent: in geringere mate dan mogelijk of gewenst

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. in geringere mate dan mogelijk of gewenst
  2. woorden met boekreferenties niet zo goed
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van matigen
  2. gebiedende wijs van matigen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van matigen

Voorbeelden van "matig" in een zin

  • Hij is een matige eter.
  • Een onbekende stem vertelde een eindeloos lange mop met een zeer matige clou, maar ik was allang blij afgeleid te worden.
  • Zo kon je altijd wel een grap of opmerking maken over iets dat niet goed geregeld was, zoals matig eten of kaartlezen op weg naar Zuid-Frankrijk.
  • Ik matig.
  • Matig!

Etymologie

Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘binnen redelijke maat’ voor het eerst aangetroffen in 1475

Vertalingen

Duitsmäßig, moderat
Engelsmoderate
Spaanssobrio, moderado