matig
Wat is de betekenis van matig?
matig betekent: in geringere mate dan mogelijk of gewenst
Betekenis
- in geringere mate dan mogelijk of gewenst
- niet zo goed
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van matigen
- gebiedende wijs van matigen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van matigen
Voorbeelden van "matig" in een zin
- Hij is een matige eter.
- Een onbekende stem vertelde een eindeloos lange mop met een zeer matige clou, maar ik was allang blij afgeleid te worden.
- Zo kon je altijd wel een grap of opmerking maken over iets dat niet goed geregeld was, zoals matig eten of kaartlezen op weg naar Zuid-Frankrijk.
- Ik matig.
- Matig!
Betekenis en uitleg van matig
Het woord 'matig' duidt op iets dat niet bijzonder goed of slecht is, maar eerder gemiddeld of acceptabel. Het kan verwijzen naar kwaliteit, intensiteit of hoeveelheid, en geeft aan dat iets zich in het middengebied bevindt.
Je gebruikt 'matig' vaak wanneer je een nuance wilt aangeven, bijvoorbeeld bij het beoordelen van prestaties, smaken of meningen. Het kan ook een milde teleurstelling uitdrukken, zoals wanneer iets niet aan je verwachtingen voldoet, maar ook niet volledig tegenvalt. Dit woord is handig in situaties waarin je een evenwichtige of neutrale beoordeling wilt geven.
Voorbeelden
- De maaltijd was matig, niet slecht, maar ook niet iets om over naar huis te schrijven.
- Zijn prestaties op het examen waren matig; hij haalde net voldoende om te slagen.
- Het weer was matig vandaag, met een paar lichte buien maar ook momenten van zonneschijn.
Woordoorsprong
Het woord 'matig' komt van het Middelnederlands 'matich', wat 'gematigd' of 'gemiddeld' betekent. Het is verwant aan het woord 'maat', dat ook iets van een norm of gemiddelde aanduidt.
Veelgestelde vragen over matig
Wat is de betekenis van matig?
matig betekent: in geringere mate dan mogelijk of gewenst
Hoeveel betekenissen heeft matig?
matig heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je matig in een zin?
Voorbeeld: “Hij is een matige eter.”
Etymologie
Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘binnen redelijke maat’ voor het eerst aangetroffen in 1475