matriarch

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een - meest oudere - vrouw, die leiding heeft over een groep, vaak van haar afstammende personen
    De stokoude matriarch zelf, die al elf Britse premiers overleefde, zit in het exacte middelpunt van de foto. Volledig in control. Ze hypnotiseert ons, ze fluistert: ik blijf eeuwig bestaan, via de repeterende breuk van kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen. NRC 25 april 2016

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse mater (moeder)