matrix
Wat is de betekenis van matrix?
matrix betekent: (wiskunde) een rechthoekig blok getallen waaraan bepaalde rekenregels toegekend worden
Betekenis
- (wiskunde) een rechthoekig blok getallen waaraan bepaalde rekenregels toegekend worden
- (scheikunde), (geologie) het materiaal waarin iets ingebed zit
Voorbeelden van "matrix" in een zin
- Het vermenigvuldigen van twee matrices commuteert niet, zodat A.B niet hetzelfde is als B.A.
Betekenis en uitleg van matrix
Een matrix is een gestructureerd geheel van elementen, vaak weergegeven in rijen en kolommen. Het kan gebruikt worden om data of relaties tussen verschillende variabelen te organiseren en te analyseren.
Het woord 'matrix' komt vaak voor in wiskunde en informatica, waar het verwijst naar een rechthoekige tabel van getallen. Daarnaast wordt het ook in bredere zin gebruikt om complexe systemen of netwerken te beschrijven, zoals sociale matrices of matrices in een bedrijfscontext. De term heeft een nuance van structuur en organisatie, wat het een nuttig hulpmiddel maakt in diverse vakgebieden.
Voorbeelden
- In de wiskundeles leerden we hoe we een matrix kunnen gebruiken om lineaire vergelijkingen op te lossen.
- De sociale matrix van ons team toont de onderlinge relaties en communicatie tussen de leden.
- Bij het analyseren van de verkoopdata gebruikten we een matrix om trends en patronen zichtbaar te maken.
Woordoorsprong
Het woord 'matrix' komt van het Latijnse 'matrix', wat 'moeder' of 'bron' betekent, en verwijst naar de oorsprong of structuur van iets.
Veelgestelde vragen over matrix
Wat is de betekenis van matrix?
matrix betekent: (wiskunde) een rechthoekig blok getallen waaraan bepaalde rekenregels toegekend worden
Hoeveel betekenissen heeft matrix?
matrix heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft matrix?
matrix is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je matrix in een zin?
Voorbeeld: “Het vermenigvuldigen van twee matrices commuteert niet, zodat A.B niet hetzelfde is als B.A.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘getallenschema’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1919