meerderheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groep die binnen een groter geheel in aantal meer dan de helft uitmaakt
    De meerderheid van de ouderen heeft een vitamine D-tekort.
    Johnson treedt ook per direct af als partijleider van de Conseratieve Partij. Vorige maand overleefde hij nog een vertrouwensstemming, toen een meerderheid van zijn partijgenoten vond dat hij kon aanblijven. Nu tientallen leden van zijn kabinet zijn opgestapt, treedt Johnson alsnog terug.
  2. superioriteit

Etymologie

* afgeleid van meerder

Uitdrukkingen

  • Een overwinning behalen dankzij het overwicht in aantal.

Vertalingen

Engelsmajority
Fransmajorité
DuitsMehrheit, Mehrzahl, Überzahl
Spaansmayoridad, mayoría, superioridad
Italiaansmaggiorità
Zweedsmajoritet