meervoudigheid
vrouwelijk (de)/merˈvɑudəxˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bestaan uit meerdere elementen; de mate waarin iets of iemand uit meerdere elementen bestaatDe hypothese komt voort uit een rigide samengestelde canon; met andere woorden, er is geen aandacht voor de meervoudigheid van collectief herinneren.Het Ene zou geen opdeling, meervoudigheid of onderscheid bevatten -een goddelijke, onbegrensde oneindigheid dus.
Etymologie
* afleiding van meervoudig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek