gevarieerdheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- met grote verschillen tussen de leden van een groepAls Woeses nieuwe indeling ons al iets leert, is het dat het leven heel gevarieerd is en dat die gevarieerdheid voor het grootste deel klein, eencellig en onbekend is. Bill Bryson Een kleine geschiedenis van bijna alles Vertaald door Servaas Goddijn 2009 pagina 398Hij ging de diepte in, niet de breedte, hij zocht de concentratie, niet de gevarieerdheid. Daarom is die bekroning ook bij uitstek een literaire bekroning, een erkenning en honorering van het ambacht van de schrijver. Het gaat om het 'hoe' en niet per se om het 'wat'. Hachelijk genoeg, die constatering. Want het 'wat' is aanleiding, drijfveer en hartstlag van dat oeuvre - en het is diabolisch groot. Het laat zich samenvatten in één woord: Auschwitz. Daar belandde hij als veertienjarige joodse jongen uit Boedapest, daar is hij de rest van zijn leven over blijven schrijven. Volkskrant Michaël Zeeman 10 oktober 2002
Etymologie
*afgeleid van gevarieerd
Vertalingen
Engelsvariation
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek