meetdag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dag waarop men bepaalde metingen doet
    USA Sport houdt zaterdag een cholesterol-meetdag.
    Volgens een woordvoerster van een van de organisaties achter de meetdag, de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA), zijn met het aantal van 4957 metingen 'genoeg gegevens gegenereerd om de iSPEX-meetdag een valide wetenschappelijk experiment te noemen'.
    Het project liep vorig jaar in een testfase. Zesendertig scanners op en rondom het festivalterrein registreerden 23.000 unieke MAC-adressen na vier meetdagen. De wetenschappers maken deel uit van de CartoGIS cluster van de Vakgroep Geografie en doen onderzoek op het analyseren en voorstellen van bewegende objecten