melken

/mɛlkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, veeteelt (ov), (veeteelt) de melk uit de klieren van een zoogdier halen
    De koeien moeten nog gemolken.
  2. ov (ov) overdrachtelijk: iets nuttigs aftappen, iets uitbaten
    Het gif van deze boomslang wordt gemolken om er een tegengif van te maken.
    Hij melkt huisjes.
  3. fokken, houden
    het melken van duiven is zijn hobby

Etymologie

* In de betekenis van ‘van melk ontlasten’ voor het eerst aangetroffen in 1300

Vertalingen

Engelsmilk
Franstraire
Duitsmelken, melken
Spaansordeñar
Italiaansmungere
Portugeesordenhar
Russischдоить
Poolsdoić
Zweedsmjölka
Deensmalke