melkkelder
mannelijk (de)/ˈmɛlᵊˌkɛldər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (veeteelt) ondergrondse en daardoor koele en donkere ruimte, bestemd om koemelk te bewarenDe ruimtelijke ordening van de zuivelboerderij in Holland en Friesland was al aan het begin van de 16de eeuw aangepast. De stallen werden gescheiden van de ruimten waar boter en kaas werden bereid. Melkkelders werden op het noorden gebouwd om koude opslag mogelijk te maken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek