meloen
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) meloenplant uit de de komkommerfamilie ()
- (fruit) vrucht van een meloenplant
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘komkommerachtige vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Vertalingen
Engelsmelon
Fransmelon
DuitsMelone
Spaansmelón
Italiaansmelone
Portugeesmelão
Russischдыня
Japansメロン
Arabischشمام
Turkskavun
Poolsmelon
Deensmelon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek