mem
vrouwelijk (de)/mɛm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) (anatomie) borst (van een vrouw)wat heeft die griet een grote memmen
- dertiende letter van het alfabet
- getal veertig
Etymologie
* [2, 3] Herkomst: Hebreeuws en/of Jiddisj
Vertalingen
Spaansteta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek