membraan
onzijdig (het)/mɛmbran/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dun vlies dat een afscheiding vormt
- (biologie) een dun vlies van met name fosfolipiden en eiwitten dat een cel in staat stelt één of meerdere interne milieus te creëren
- een trillend plaatje in een luidspreker
Etymologie
* Leenwoord uit Frans membrane, ontleend aan Latijn membrāna ‘dunne huid, vlies, perkament’.
Vertalingen
Engelsmembrane
DuitsMembran
Zweedsmembran, hinna
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek