menskracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmɛnskrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel van mensen beschikbaar om arbeid te verrichten; werkende personen
    "We hebben vijf jaar fantastisch en ook heel gezellig samengewerkt met De Muiters", benadrukken Meijerink en Christenhusz. Om die reden lag het ook voor de hand dat Mélange de organisatie zou overnemen toen duidelijk was dat De Muiters dat qua menskracht niet meer aankonden. Tubantia S. Scheper 3 juli 2018 [https://www.tubantia.nl/oldenzaal-e-o/twents-buutfestival-bij-melange-oldenzaal-in-goede-handen~a5567ef8/ Twents Buutfestival bij Mélange Oldenzaal in goede handen]
    Afgelopen drie jaar bouwde ze in de hoofdstad aan een team, dat inmiddels tientallen specialisten telt. Veel van die menskracht komt gewoon van Nederlandse universiteiten, met name de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Onder hen bevinden zich veel buitenlandse studenten, die maar al te graag in Amsterdam blijven wonen. "We hebben zeker vijftien nationaliteiten aan boord." Tubantia D. Bremmer 17 juli 2018 [https://www.tubantia.nl/economie/ons-land-behoort-juist-tot-de-top~a6c20d2f/ 'Ons land behoort juist tot de top']
    Het tekort aan menskracht is nu al te merken: op tal van plekken loopt de oplevering van nieuwbouwprojecten weken tot maanden vertraging op. De netbeheerders kunnen door een tekort aan technici de vraag naar nieuwe aansluitingen van gas, water en elektra niet aan. Tubantia N. de Groot 1 augustus 2018 [https://www.tubantia.nl/economie/stedin-wil-asielzoekers-opleiden-tot-monteur~a751076c/ Stedin wil asielzoekers opleiden tot monteur]
  2. energie van mensen
    Tot 1890 schakelden veel bedrijven over van water-, wind-, paarden- of menskracht op stoom.
    Wat moeizaam door menskracht geschiedt, moet machinaal ook mogelijk zijn, meende de heer Van Damme, loonploeger in de Wieringermeer.
    Zo voelde De Visscher het ook, toen hij die op 't oog reeds uitgeleefde mannen, jonge kerels en jongens, met zwaar, moeizaam beweeg zag voortstalperen. De Peel hield hen vast en zoog dag aan dag een deel menskracht op en ging onafgebroken voort met jong bloed te vragen.

Etymologie

**[2] vaak gebruikt in contrast met andere energiebronnen als paardenkracht of windkracht

Vertalingen

Engelsmanpower