meren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. scheepvaart, ov (scheepvaart) (ov) aan de wal vastleggen
    Het schip werd gemeerd langs zij van het droogdok No. 5.De Zee {{Aut|J.F.V. Behrns

Etymologie

* Middelnederlands meren, ontwikkeld uit Oergermaans *mairōn-, afleiding van mairō- ‘grens(paal)’, waaruit Nederlands meerpaal. Evenals Fries mearje en Engels moor.

Vertalingen

Engelsmoor
Fransamarrer
Duitsvertäuen, belegen