merken

/ˈmɛrkə(n)/

Wat is de betekenis van merken?

merken betekent: (inerg) iets waarnemen of herkennen, gewaarworden

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) iets waarnemen of herkennen, gewaarworden
  2. ov (ov) een merk aanbrengen op, markeren

Voorbeelden van "merken" in een zin

  • Je kon merken dat de man het moeilijk had na het overlijden van zijn zoon.
  • Zelfs het hoogteverschil kon ik duidelijk aan mijn ademhaling merken.
  • Aan de bar in een klein dorpje vertelde de barman me een bijzonder verhaal over ene Seth Orme – trailname Cap – een 26-jarige jongen uit North-Carolina, die iets voor me op de trail liep. Hij had tijdens zijn vele hikes in de National Parks gemerkt hoe veel afval en wc-papier daar werd weggegooid.

Betekenis en uitleg van merken

Het woord 'merken' verwijst naar het proces van het herkennen of identificeren van iets, vaak via zintuigen zoals zien of horen. Het kan ook betekenen dat je een indruk of gevoel over iets krijgt, bijvoorbeeld bij het proeven van voedsel of het ervaren van een situatie.

Je gebruikt 'merken' wanneer je iets opvalt of wanneer je een verandering of verschil opmerkt. Dit kan in dagelijkse gesprekken zijn, zoals het opmerken van iemands humeur of een verandering in het weer. Het woord heeft ook een subjectieve nuance, omdat het vaak afhangt van persoonlijke ervaringen en percepties.

Voorbeelden

  • Ik merkte dat het ineens een stuk kouder werd toen de zon onderging.
  • Ze merkte op dat haar vriend zich anders gedroeg na die spannende gebeurtenis.
  • Tijdens de vergadering merkte ik dat meerdere collega's het niet eens waren met de nieuwe plannen.

Woordoorsprong

Het woord 'merken' stamt af van het Oudgermaanse *markō, wat 'teken' betekent, en is verwant aan woorden die ook betrekking hebben op identificatie en herkenning.

Veelgestelde vragen over merken

Wat is de betekenis van merken?

merken betekent: (inerg) iets waarnemen of herkennen, gewaarworden

Hoeveel betekenissen heeft merken?

merken heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je merken in een zin?

Voorbeeld: “Je kon merken dat de man het moeilijk had na het overlijden van zijn zoon.

Etymologie

*afgeleid van merk ??

Vertalingen

Engelsrecognise, notice, perceive
Spaansadvertir, apercibirse, notar