merken
/ˈmɛrkə(n)/
Wat is de betekenis van merken?
merken betekent: (inerg) iets waarnemen of herkennen, gewaarworden
Betekenis
werkwoord
- (inerg) iets waarnemen of herkennen, gewaarworden
- (ov) een merk aanbrengen op, markeren
Voorbeelden van "merken" in een zin
- Je kon merken dat de man het moeilijk had na het overlijden van zijn zoon.
- Zelfs het hoogteverschil kon ik duidelijk aan mijn ademhaling merken.
- Aan de bar in een klein dorpje vertelde de barman me een bijzonder verhaal over ene Seth Orme – trailname Cap – een 26-jarige jongen uit North-Carolina, die iets voor me op de trail liep. Hij had tijdens zijn vele hikes in de National Parks gemerkt hoe veel afval en wc-papier daar werd weggegooid.
Etymologie
*afgeleid van merk ??
Vertalingen
Engelsrecognise, notice, perceive
Spaansadvertir, apercibirse, notar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek