merker
mannelijk (de)/ˈmɛrkər/
Wat is de betekenis van merker?
merker betekent: (genetica) natuurlijk of kunstmatig karakteristieke patroon in het dna waaruit de aanwezigheid van bepaalde erfelijke eigenschappen blijkt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (genetica) natuurlijk of kunstmatig karakteristieke patroon in het dna waaruit de aanwezigheid van bepaalde erfelijke eigenschappen blijkt
- iemand wiens taak het is een merkteken aan te brengen
- iemand die bij een wedstrijd standen bijhoudt
Voorbeelden van "merker" in een zin
- Maar voor het maken van stambomen worden slechts een beperkt aantal genetische merkers gebruikt.
- Hij bepaalde de hoeveelheid DNA in elke celkern, met fluorescente merkers.
- Toen kwam de merker met zijn tangen, en schroeide het de beide merken in de sissende en rookende huid, op de ééne heup het gekroonde wapen der markiezen Niccolini, en op de andere jaartal en nummer.
- Door de gangen lopen wel al de zangers die straks de "Meistersinger" zullen zijn. De charismatische, oude schoenlapper Hans Sachs, die zich gedurende de opera tot een wijze vaderfiguur en de spil van de handeling ontwikkelt. De jonge edelman Walther, "muzikaal een genie, maar verder ook een beetje een onsympathiek, ruziezoekend ettertje", zoals dirigent Marc Albrecht verwoordt. En, in ruitjespak, de "merker" Sixtus Beckmesser die frikkerig op een leitje kalkt welke regels der kunst het ongepolijste genie Walther in zijn prijslied allemaal schendt.
Veelgestelde vragen over merker
Wat is de betekenis van merker?
merker betekent: (genetica) natuurlijk of kunstmatig karakteristieke patroon in het dna waaruit de aanwezigheid van bepaalde erfelijke eigenschappen blijkt
Hoeveel betekenissen heeft merker?
merker heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft merker?
merker is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je merker in een zin?
Voorbeeld: “Maar voor het maken van stambomen worden slechts een beperkt aantal genetische merkers gebruikt.”
Etymologie
**[3] leenvertaling van "marqueur" en "Merker"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek