Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
merode
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- prostituee
- schooier
- armoede, ellende, beproeving, miserie
Etymologie
*afgeleid van marode
Uitdrukkingen
- op merode gaan — op kroegentocht gaan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek