mess
mannelijk (de)/mɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eetzaal voor officieren en onderofficieren
- bende, smeerboel, puinhoop
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘officiers- en onderofficierseetzaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1835
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek