messchede

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmɛsxedə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een nauwsluitende houder waarin het lemmet van een mes ter bescherming opgeborgen wordt
  2. tweekleppigen (tweekleppigen) een marien tweekleppig weekdier, met een geheel rechte schelp
    De meeste messchedes gevonden op Nederlandse stranden zijn van fossiele herkomst.

Vertalingen

Engelsrazor clam
DuitsMesserscheide, Messerscheidemuschel
Italiaanscannolicchio, cappalunga
Russischчеренок