middaghitte
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de hoge temperatuur van de (zomer)middag veroorzaakt door de hoge stand van de zonDoor de kou gaf alles een dikkere damp af— van de middaghitte was niets meer over, de dames hadden omslagdoeken om, sommigen een pelerine van bont en het tochtte ook, uit de bogen en de spleten tussen de muurvakken.De autoriteiten waarschuwden de middaghitte te mijden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek