middagslaap
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dutje in de middaguren; een kort slaapje in de periode tussen 12.00 uur 's-middags en 81.00 uur 's-avondsZe vond altijd ergens een extra klusje of hield Lambert aan de praat, soms zelfs een hele middag. Catharina vond het stiekem een uitkomst. Zij stal in die tijd een middagslaapje, zolang Wander het toestond.Erbrink overleed zaterdag in zijn middagslaap.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek