middel
onzijdig (het)/ˈmɪdəl/
Wat is de betekenis van middel?
middel betekent: het midden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het midden
- iets met behulp waarvan een doel bereikt kan worden
- (medisch) iets dat wordt aangewend om ziekte, ongesteldheid te bestrijden, (verkort voor geneesmiddel)
- (financieel) geld, bezit; in deze betekenis meestal meerv.
- (taalkunde) (als eerste deel van samenstellingen) fase in de geschiedenis van sommige talen tussen de oudste vorm daarvan ("oud") en de meest recente verleden ("nieuw")
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) middendeel van het menselijk lichaam, meer specifiek op heuphoogte, daar waar de benen overgaan in het bovenlijf;
Voorbeelden van "middel" in een zin
- Dat is een middel, niet een doel.
- Het maliespel was een bedaarder variant waarbij een zware houten bal door middel van een slaghout over een nauwe baan werd geslagen.
- Tegen die ziekte is nog geen middel gevonden.
- Er is nog steeds geen middel tegen aids.
- Hij heeft de middelen om er een sterke onderneming van te maken.
Etymologie
*[B] Afleiding van bemiddeling.
Uitdrukkingen
- Het doel heiligt de middelen. — ter bereiking van een goed doel mag men ook slechte middelen, indien het niet anders mogelijk is, gebruiken
- door middel van (d.m.v. / dmv) — met gebruikmaking van
- Het middel is erger dan de kwaal. — De maatregelen die tegen iets genomen worden, richten zelf meer schade aan dan het probleem wat ze moesten oplossen.
Vertalingen
Engelsmeans, medicine, means
Fransmoyen, médicament, ressources
DuitsMitte, Mittel, Mittel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek