middel

onzijdig (het)/ˈmɪdəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het midden
  2. iets met behulp waarvan een doel bereikt kan worden
    Dat is een middel, niet een doel.
    Het maliespel was een bedaarder variant waarbij een zware houten bal door middel van een slaghout over een nauwe baan werd geslagen.
  3. medisch (medisch) iets dat wordt aangewend om ziekte, ongesteldheid te bestrijden, (verkort voor geneesmiddel)
    Tegen die ziekte is nog geen middel gevonden.
    Er is nog steeds geen middel tegen aids.
  4. financieel (financieel) geld, bezit; in deze betekenis meestal meerv.
    Hij heeft de middelen om er een sterke onderneming van te maken.
  5. taalkunde (taalkunde) (als eerste deel van samenstellingen) fase in de geschiedenis van sommige talen tussen de oudste vorm daarvan ("oud") en de meest recente verleden ("nieuw")
zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) middendeel van het menselijk lichaam, meer specifiek op heuphoogte, daar waar de benen overgaan in het bovenlijf;
    Hij stond tot aan zijn middel in het water.
    Hij krijgt wat te veel vet om zijn middel.
    Binnen een seconde ben ik naast hem gesprongen, ik sta tot mijn middel in het water en zie hem zinken, met zijn gezicht naar beneden en bewegingloos, zijn lichtgroene jackje bolt nog even op voor het onder het donkergroene dek verdwijnt.

Etymologie

*[B] Afleiding van bemiddeling.

Uitdrukkingen

  • Het doel heiligt de middelen.ter bereiking van een goed doel mag men ook slechte middelen, indien het niet anders mogelijk is, gebruiken
  • door middel van (d.m.v. / dmv)met gebruikmaking van
  • Het middel is erger dan de kwaal.De maatregelen die tegen iets genomen worden, richten zelf meer schade aan dan het probleem wat ze moesten oplossen.

Vertalingen

Engelsmeans, medicine, means
Fransmoyen, médicament, ressources
DuitsMitte, Mittel, Mittel